Opleiding oogdiagnostiek
De lijst van mensen die zich uit hebben uitgelaten over het
belang van de ogen voor medische diagnose en karakteranalyse bevat de nodige
grote namen:
Van Confucius, Hippocrates, Pythagoras, Aristoteles,
Galenus,Adamantius,Meletius,Cicero,en Ovidius tot Paracelsus, Leonardo da
Vinci,William Blake, Ralph Waldo Emerson en Henry Wordsworth Longfellow en nog
veel meer.
Voor de Christelijke jaartelling hadden de Chaldeeën al een
eenvoudige wijze van het aantekenen
van veranderingen in de ogen.
De Azteken in Mexico
schouwden de ogen.
Griekse en Chinese
artsen hadden belangstelling voor de ogen en keken vooral naar de stand van de
vorm van de ogen en ook het directe gebied rond de ogen, zoals donkere kringen.
In de Ayurveda (India)
wordt de constitutie van een persoon bepaald door de kleur van de ogen.
Hipppocrates,
460-377 v. Chr. de vermaarde “vader van de geneeskunde”, keek bij het stellen
van de diagnose in de ogen
In Griekenland rond
500 v. Chr. Keek Pythagoras in de ogen van aangemelde leerlingen om te
kijken of zij welvoldoende intelligent waren om zijn lessen te volgen.
Ook Aristoteles
stond bekend om zijn scherpe opservaties met betrekking tot de ogen.
Hij concludeerde bijvoorbeeld dat rechte wenkbrauwen
indicatief warenvoor een zachte aard, terwijl starende ogen van
schaamteloosheid getuigen.
In de tweede eeuw hechte de Griekse arts Galenus belang aan de ogen bij het stellen van
diagnosen aan de hand van gelaatskenmerken, de fysiognomie, een geëerd en
gewild beroep geworden in Griekenland.
In Europa schreef de
Poolse arts Phioipus Meyens in 1670 zijn “Chiromantia Media”, waarin hij
voor het opstellen van diagnose gebruik maakte van de tekens in de ogen.
In 1753 publiceerde
de Schotse arts Keogh Murphy “Practitioner Medical Treatments”, waarin hij
een duidelijk verband legt tussen de ogen van zijn patiënt en hun lichamelijke
gezondheid.
Een van de grondleggers
van de huidige iriscopie is de Hongaar Von Peczely.
Van oorsprong was deze arts homeopaat. Wat hij deed was bij het
stellen van de diagnose de patiënt ook
in de ogen kijken en zijn bevindingen noteren. Op deze wijze werd voor het
eerst de landkaart of topografiekaart van de linker en rechter iris vastgelegd.
In de 20e
eeuw maakte iriscopie in Duitsland veel opgang, iriskaarten werden verbeterd.
Hierbij zijn namen als Angerer en Deck te plaatsen, zij werkten klinisch in
het ziekenhuis met irisdiagnose.
De bekendste
iriscopist is pastoor Felke, die tevens werkzaam was als natuurgenezer.
Ook Frankrijk werd (in mindere mate) gewekt met
irisdiagnose.
Hierbij wordt meestal de fysieke interpretatie losgelaten en
komt in de irisdiagnose
In Nederland zijn
baanbrekende iriscopisten; de heren Bos en Korthuis en
mw. Landman.
Nieuwe stromingen vooral afkomstig uit Australië en de Verenigde
Staten, waarbij de nadruk gelegd wordt op het emotionele en geestelijke aspecten
energetische en psychologische op de voorgrond te staan.
Een goede combinatie van beide vormen van iriscopie is
mogelijk.
De (basis) constitutie van de mens is te vergelijken met een
vingerafdruk, uniek voor elk mens. Niemand op aarde heeft dezelfde iris.
Constitutie is een product van somatische en psychische
kenmerken, manifest of verborgen die een uitkomst van genetische factoren is en
die een ontologische ontwikkeling ( zijnsleer) bepaalt en reguleert.
Het belangrijkste verschil met andere diagnostische methoden
is het gegeven dat de iriscopist met
name preventief werkt en de basis van de
totale diagnose is, de genetische constitutie (basis blauwdruk) van het
individu. En door de omschrijving van het “zijn”is te herkennen waar de
zwakheden liggen en welke organen/systemen, of psychisch als eerste voor
ziekten in aanmerking komen.
“De irisdiagnostiek kan al ver van te voren oorzaak en
gevolg vaststellen van het individuele ziek zijn door het in de iris ogende
constitutiebeeld en de genetisch vastgestelde orgaandispositie aan te wijzen.
Ze kan dus de richting voor preventieve maatregelen aangeven, ook al zijn
ziektebeelden/klachtenbeelden nog niet medisch aantoonbaar”
( Jozef Deck).
De iriscopie is daarmee een preventief diagnosemiddel die in
kaart kan brengen welke systemen/organen meer zorg en aandacht behoeven om
klachten/ziekten te voorkomen.
Alles is in het oog af te lezen. Een oog kan getekend worden door ziekte als staar,
blindheid of een oogontsteking. Maar kan dus ook getekend worden de gesteldheid
van andere
lichaamsorganen of van psychische gesteldheid van de mens.
En natuurlijk wat er aan gedaan kan worden.
In de iris is te zien welke organen onvoldoende werken,
meestal door vervuiling, ten gevolg van verkeerde eetgewoontes en of
denkpatronen verworven of geërfd. Wij krijgen allen een deel van onze
ouders/voorouders mee, iets wat zij niet
opgelost hebben wordt automatisch doorgegeven aan de kinderen. Dit kan soms
meerdere generaties teruggaan.
Alsmede de elektro –acupunctuur.